“Ja toch. Alles op rolletjes,” dacht Flavius toen hij met zijn hagelwitte gewaad door de Atheense straten stiefelde. Hij was op zoek naar een geschikte plek om goed glas wijn te nuttigen. Ergens onder de stoffen lappen die om zijn lijf gewikkeld waren, rammelde een paar Griekse munten. “Beter, eens kijken of die Griekse druiven een beetje te pruimen zijn.”

 Hij liep door Ραζηκότσικα, dichtbij Ακρόπολις, want hij wist van-horen-zeggen dat daar een lekker tentje zat, voor Griekse begrippen dan. Hij stiefelde rustig verder toen hij vanuit de verte een Griek zag opdoemen. “Duidelijk een Griek, dat zie je. Gehavend gewaad, wilde lichaamsbeharing, armoedige coupe und so weiter”. De Griek liep hem emotieloos tegemoet, staarde hem aan en stond stil. Flavius keek hem in de ogen, alsof hij de mentale strijd daar kon winnen. Kansloos. De Griek keek dwars door zijn – door de Goden gemaakte – tere zieltje en domineerde hem van nature.

Flavius besloot het wandeltempo iets op te schroeven. Ook zijn munten rammelde driftiger. Als een volleerd snelwandelaar, liep hij zo casual mogelijk richting het eerste de beste Griekse etablissement. Met een hartslag van 140 en de geur van ontzag onder zijn armen, stapt hij ergens naar binnen.


 ‘Respect’ komt van het Latijnse woord re-spicere, ‘terugkijken’ of ‘omkijken’. Vroegah, als een Romein in Athene was, liep hij gevaar om aangevallen te worden. Daarom keken de Romeinen altijd over hun schouder, uit ontzag voor rovers, criminelen en andersoortige misdadigers. Re-spicere is etymologisch ook verbonden met spieden, omdat Romeinen om zich heen spieden uit ontzag voor eventuele belagers.